
Tijdens het Paleolithicum was de streek die vandaag bekend staat als Jordanië bewoond door jagers en verzamelaars die zich voortdurend verplaatsten op zoek naar wild en eetbare planten ; talrijke halfvestigingen zijn in het dal van Jordanië en in de buurt van Azraq ontdekt.
Vanaf ongeveer 9000 v.C.-in het Neolithicum (Natufien tijdperk), vestigden zich kleine gemeenschappen gewijd aan de landbouw en aan de fokkerij. In de buurt van Amman zijn muurschilderingen en afbeeldingen van bijna natuurlijke afmetingen gevonden.
In de Kopertijd (4500-3000 v.C.) verschenen de eerste met de hand gemaakte koperwerken.
Tegen het einde van het 4e millennium v.C., in de Bronstijd, ontwikkelden zich verschillende stedelijke ommuurde centra.
De eerste geschreven documenten tafels met spijkerschriften - dateren uit het 3e millennium v.C.
Rond 2200 v.C. vestigden zich, langs de Jordaan, de Amoriten; ze hadden een Semitische oorsprong terwijl de cultuur uit die tijd door Syrië en Egypte beïnvloed werd. Gedurende de daarop volgende 6 eeuwen vonden verschillende aanvallen plaats. Rond 1500 v.C. zouden zich in het Dal van Petra de Horiten hebben gevestigd die op hun beurt werden verdreven door de Edomiten, een Semitische stam die rond de 13e eeuw v.C. de gebieden tussen de Golf van Aqaba en de Dode Zee bezetten. In dezelfde tijd, iets ten noorden, bloeide het Rijk van Moab en van Ammon, met Rabbath Ammon - het huidige Amman - als hoofdstad.
De Edomiten, behorende tot de dynastie van Mozes, kwamen steeds meer onder de druk van een nomadische bevolking van Aramese taalgroep en afkomstig uit het Arabische schiereiland, die hen in korte tijd volledig verdreven.
De Nabateëers worden voor het eerst genoemd in een document uit de 4e eeuw v.C., maar het is duidelijk dat hun infiltratieproces veel eerder begonnen was. Gewijd aan de veeteelt, hard, vastbesloten en vindingrijk, overleefden ze in de woestijn dankzij de regenputten die zij uit de rotsen wisten te houwen, waar het zeldzame regenwater werd verzameld en bewaard voor de droogste maanden. Hun welvaart was te danken aan de controle van de karavaanroutes tussen Arabië en de Middellandse Zee, alsmede de routes tussen Egypte en Mesopotamië ; controle die zij bleven uitoefenen ook nadat ze zich in Petra hadden gevestigd.
In de bloeiperiode, tussen de 1e eeuw v.C. en de 1e eeuw n.C., verspreidde het Nabatese Rijk zich vanaf Hegra, in de Saoedische woestijn, tot Damascus. Ondanks de veroveringen van de Romeinse legers bleef het Nabatese Rijk formeel onafhankelijk tot 106 n.C., toen het door Trajanus bij de provincie Arabia werd ingelijfd. Er volgden meer dan 2 eeuwen van bijzondere welvaart, ook dankzij de weg die Trajanus had laten aanleggen, van Aqaba tot Damascus, om het handelsverkeer te begunstigen.
Na de splitsing van het Romeinse Rijk vielen ook de gebieden ten oosten van de Jordaan, waar al in de 3e eeuw het Christendom zich verspreid had, onder de invloed van de Byzantijnen.
In 628 versloegen de Arabieren de Byzantijnen in de omgeving van Karak. Drie Arabische dynastieën volgden elkaar op vooraleer de Turken in 1076 ten tonele verschenen : de Omayaden, open en verdraagzaam, lieten in Jordanië prachtige paleizen achter (waaronder de beroemde woestijnkastelen) en breidden hun macht uit tot in Spanje. De Abassieden en de Fatimieden traden energieker op tegen de christenen en streefden naar de systematische islamisering van de bevolking.
De kruisvaarders, onder leiding van Godfried van Bouillon, profiteerden van de verzwakking van het muzelmaanse rijk om in 1099 Jeruzalem te veroveren. Het nieuwe "Frankische Rijk" in Palestina had nood aan bescherming : forten werden opgericht, van het noorden van Syrië tot aan de Golf van Aqaba (Krak des Chevaliers in Syrië, Karak en Wadi Musa in Jordanië).
Geërgerd door het machtsmisbruik van Renaud de Châtillon verpletterde sultan Salah al-Din, beter bekend als Saladin, het Frankische leger en maakte zich meester van Kerak en Jeruzalem.
De Arabische Mammelukken, oorlogszuchtige sultans, slaagden er echter pas in 1291 de Franken te verjagen. Zij bleven de heersers van het Nabije Oosten tot in 1516.
Toen begon de Ottomaans-Turkse overheersing die tot 1917 zou voortduren op een korte periode van Egyptische dominantie in de 19e eeuw na.
![]()